Labo Tumor Immunologie en Immunotherapie aan de KU Leuven

Het labo werd, met de steun van prof Johan Swinnen en prof Ignace Vergote, opgericht in 2016. Naar analogie met internationale universiteiten, wilde ook KU Leuven investeren in een duidelijke tumor immunologische onderzoekslijn. Prof An Coosemans staat sinds 2019 aan het hoofd van het labo. In het labo wordt er gefocust op meerdere kankertypes. Eierstokkanker is tot op vandaag nog steeds de grootste onderzoeksfocus van het labo, maar er is ook onderzoek naar glioblastoma (meest agressieve vorm van hersentumor) en uteriene sarcomen (meest agressieve vorm van baarmoederkanker). Het onderzoeksteam rond eierstokkanker is de "ImmunOvar" onderzoeksgroep.

Overzicht lopende onderzoeksprojecten

Sinds een tiental jaar is het duidelijk dat het immuunsysteem een rol speelt bij het ontstaan en de ontwikkeling van kanker. Onze goede immuuncellen beschermen ons lange tijd tegen het ontstaan van kanker. Wanneer dit niet volledig meer lukt, ontsnappen kankercellen aan de controle van ons immuunsysteem en kunnen ze veel sterker groeien. Bovendien komen andere immuuncellen dan op de voorgrond, het immuunsuppressieve immuunsysteem, die de kankergroei nog gaan bevorderen. Immunotherapie wil dit doorbreken en het immuunsysteem zijn kracht teruggeven om de kankercellen onder controle te houden. De meest frequent gebruikte immunotherapie bij eierstokkanker zijn de immune checkpoint remmers. Echter, hun succes bij eierstokkanker is eerder beperkt en niet te vergelijken met de successen in bijvoorbeeld huidkanker. Men heeft ondertussen een volgende stap genomen door immunotherapie te combineren met een andere behandeling, bijvoorbeeld chemotherapie, maar ook hier hebben de resultaten nog niet kunnen overtuigen.

Wat loopt er fout? Volgens ons zijn er drie aanwijsbare oorzaken:

1/ Er wordt geen rekening gehouden met het gedrag van het immuunsysteem van de patiënte. Immunotherapie manipuleert net ons immuunsysteem zodat het sterker wordt. Maar dan lijkt het ons toch logisch dat we eerst moeten weten ‘hoe’ het immuunsysteem er dan precies uitziet bij díe patiënt met dát kankertype vooraleer we er een vrij ‘algemene’ immunotherapie op loslaten?;

2/ Patiënten die aan klinische studies met immunotherapie deelnemen, worden niet specifiek gemonitord qua immuunsysteem. Er worden scans uitgevoerd en algemene bloednames afgenomen, maar in de meeste studies is er niks voorzien om uit te lezen in welke mate de immunotherapie het immuunsysteem van de patiënt nu specifiek verandert en of dit zinvol is;

3/ We spreken wel van combinatietherapieën, maar eigenlijk weet niemand in welke volgorde men de verschillende producten moet geven (eerst de chemo, dan de immunotherapie, of omgekeerd?). Men heeft de preklinische stap overgeslagen en is rechtstreeks met klinische studies bij de mens begonnen.

Wat stellen we voor?

1/ We willen nakijken hoe het immuunsysteem van patiënten met eierstokkanker er uitziet (via bloednames bij patiënten), hoe dit verandert ten gevolge van de klassieke behandelingen (bv chemotherapie) en van nieuwe therapieën (bv immune checkpoint remmers). Alleen op die manier zullen we weten “hoe” we het immuunsysteem van de patiënt het best bespelen en ‘op welk moment’ van de kankerbehandeling dit het meest voordelig is.

2/ We willen combinaties met nieuwe therapieën eerst uittesten in een muizenmodel voor eierstokkanker, en dan de meest succesvolle combinaties naar de kliniek brengen.

3/ Kunnen we andere en betere behandelingen ontwikkelen om het immuunsysteem bij eierstokkanker patiënten te beïnvloeden?

Beschikbare technieken

- Liquid biopsy analysis of:
PBMC (Peripheral Blood Mononuclear Cells)
Serum
Ascites
- Immunohistochemistry
- Immune competent animal model: ID8-fLuc, ID8-Akaluc, NuTu-19, zebrafish
- Translational treatment platforms mice
- Cellular therapies (in collaboration)